Symboliek?

S Y M B O L I E K ?

Een artikeltje in een niet bij name te noemen verenigingsblad bevatte enkele uitspraken van een zekere A. Plooy over 'de symboliek van J.S. Bach', weer ergens anders uit overgenomen. Er zijn veel zulke artikeltjes geschreven. Ik maak er een paar kanttekeningen bij.
Een koraalzetting bestaat puur uit de koraalmelodie, gezet op begeleidende akkoorden of stemmen. Koraalbewerkingen of koraalfantasieën zijn langer en ingewikkelder van vorm. In het dagelijks leven wordt dit technische onderscheid dikwijls niet gemaakt, ook niet door Bach, die verschillende koraalbewerkingen eenvoudig koraal noemde (bijv. Weihn.-Or. Jesus richte mein Beginnen).
"Het aantal koraalzettingen in de Matthäus [is] 12", aldus Plooy. Neem aan dat Plooy inderdaad k-zettingen bedoelt. Wel, er klinken 8 koralen in het eerste en 8 koralen in het tweede deel, samen 16. Drie mèt tussenspelen (de k-bewerkingen O Lamm en O Mensch, en de k-zetting Was ist die Ursach in het eerste deel), de overige dertien zònder tussenspelen (k-zettingen). In de MP klinkt dus 14 keer een koraalzetting, zoals iedereen kan nagaan. Plooy ziet er een paar over het hoofd (dat gebeurt vaker dan je zou denken, meestal zijn Du edles Angesichte en/of Was ist die Ursach de klos) of telt ze niet mee, zoals misschien Ich will hier bei dir stehen, de getransponeerde herhaling van Erkenne mich. Hoe dan ook, als je een koraal niet meetelt, behoor je dat te vermelden en er een reden voor te geven. Brandts Buys, in De Passies van J. S. Bach, vertelde zich helaas regelmatig. Terzijde : zowel in Joh.-P. als Weihn.-Or. klinkt 14 maal een koraalmelodie.
"Bach strooit heilige getallen uit alsof het snoepjes zijn", aldus Plooy. Hij wil slechts één snoepje met ons delen, de vrek, hij noemt alleen de 12 van die k-zettingen. Maar zelf kun je ook tellen, bijv. noten en maten, in gedefiniëerde groepen van noten en maten. Een thema is zo’n samenhangende groep noten, een aria is zo'n groep maten. Het tellen van niet samenhangende items is uiteraard zinloos. Elk thema bestaat noodzakelijkerwijs uit een aantal noten, uit 8, of 9, of 10, 19, 23, 38 noten, noem maar wat. Evenzo bevat elke aria een x aantal maten. Echter : niet alle getallen zijn 'heilig', wat dat dan ook betekenen mag. Reeds verreweg de meeste getallen kleiner dan 100 zijn niet heilig in christelijke zin. Conclusie: Bach strooide veel meer onheilige dan heilige snoepjes rond. Jammer, met excuses aan A. Plooy.
Maar goed, die 12 dan. Twaalf is een sacraal kosmisch getal sinds de mens de loop der hemellichamen en seizoenen bewust waarnam (12 maanden). Het is een tijdgetal, evenals 7 (weekdagen) en 24 (daguren). De christenen sloten met hun 12 apostelen aan bij de tijdrekeninggetallen van de cultuur van hun tijd, waarmee ze trouwens opgegroeid waren, ze wisten niet anders en zouden niet anders willen. De noodzaak tot internationale aansluiting bepaalde ook de naamgeving van Jesus Christus, een belangrijke opgave, die heel wat voeten in de aarde heeft gehad.

Nu even doorbijten of afhaken, beste lezer. De naam Jesus Christus bevat 5 + 8 letters. Hun latijnse letterwaarden (a=1, b=2, i=j=9 enz.) 9-5-18-20-18 en 3-8-17-9-18-19-20-18, opgeteld 70 resp. 112, 5×14 en 8×14, verhouden zich ook als 5 : 8. Hun som is 70 + 112 = 182 ofwel de helft van het aantal dagen (364) van het Esseense zonnejaar, en daar ging het om. Natalis invictus (183, van geboorte onoverwinnelijk) was een epitheton, een erenaam, in belegen Nederlands een hoogheidstitel van Mithras en Jesus Christus. Ook de christelijke keizer Constantinus liet zich deze titel aanmeten. Jesus Christus natalis invictus geeft 182+183 = 365. Griekse godennamen uit die tijd als Sardin, Belenos, Neilos (inderdaad, de Grieks-Egyptische riviergod) en Abraxas/Abrasax hebben de letterwaarde 365. Mithras (360, van het oude zonnejaar) werd met de spelling Meithras tot 365 geactualiseerd. Christus moest volwaardig en concurrerend kunnen meedraaien in deze jetset van becijferde goden, anders was zijn openbaar aanzien gering geweest en had zijn boodschap minder kans. De driehoek waarvan de zijden door het pythagoreïsch drietal 27 - 364 - 365 gevormd worden, heeft de oppervlakte 4914 = 27 × 182, waarmee een tweede verbinding tussen 182 en de jaardagen 364 en 365 gelegd is. Dat vinden wij misschien een rare redenering, maar dat vond men vroeger nu juist niet.
De eerder ontworpen namen Ιησους en Χριστος leggen met het getal 37 en de zogenoemde reeks van Fibonacci ([1] 1 2 3 5 8 13 21 34 55 enz.) het grondpatroon voor de Griekse naamboom neer.
Overzicht :
592 ≡ Θεοτης (godheid) = 16 × 37 = 2 × 8×37
888 ≡ Ιησους = 24 × 37 = 3 × 8×37
1480 ≡ Χριστος = Ιησους Θεοτης = 40 × 37 = 5 × 8×37
2368 ≡ Ιησους Χριστος = 64 × 37 = 8 × 8×37
3848 ≡ Ιωτα Ητα Σιγμα Ομικρον Υψιλον Στιγμα = 104 × 37 = 13 × 8×37
592 : 888 : 1480 : 2368 : 3848 = 16 : 24 : 40 : 64 : 104 = 2 : 3 : 5 : 8 : 13
Ιησους Χριστος Ιησους Χριστος Jesus Christus Jesus Christus
   888   :  1480   :    2368      =    70   :   112   :       182             = 3 : 5 : 8   =   5 : 8 : 13
Toegift : Niet alleen is Jesus Christus 70 + 112, ook geven de 5 romeinse cijfers in IesVs ChrIstVs 112 (I + V + C + I + V = 112, de resterende 8 letters e s s h r s t s geven 70. Die terugkerende 5 en 8 mogelijk als de E en de H van Ecce Homo gezien. Het hebreeuwse Messias (חישמ) heeft de waarde 358. De cijfers van de getallen 112 en 358 vormen het begin van de Fibonacci-reeks. Deling van elk Fibgetal op het vorige en volgende geeft als uitkomst bij benadering de getallen van de gulden snede, 3 : 5 : 8 = 0,6 : 1 : 1,6 en 70 : 112 : 182 = 0,625 : 1 : 1,625. Nog ouder : op de verbintenis van Adam en Eva moest wel zegen rusten, want hun namen םדא, ADM (Adam), 1+4+40 (45) en הוח, ChVH, Eva, 8+6+5 (19) vormen samen het quadraat 64 = 8² en het begin van 1×2×4×8×… en verdere vermenigvuldiging, lees nakomelingschap. Ook is 64 het kubusgetal van 4 (4 bij 4 bij 4) en het vierkantsgetal van 8 (8 bij 8), lees : huis en stukje grond. Er kwam veel kijken bij de naamgeving van belangrijke personen, en ze had onverwachte gevolgen, althans in onze ogen, zoals de stadsmuur van Khorsabad, die de Egyptische koning Sargon II (727-707 v. Chr.) liet bouwen ter lengte van 16283 ellen, overeenkomend met de letterwaarde van zijn naam. De muur van Jan met de korte achternaam zou weinig tot de verdediging hebben bijgedragen.
De vroegchristelijke bouw van getallencomplexen (er zijn er meer) vond nog éénmaal geïnspireerde navolging en vernieuwing, in de periode van Dante (begin 14e eeuw), rond 1500 (de christelijke cabala, die de joodse cabalisten met hun eigen wapens wilde verslaan), tot rond 1615 (Christian Rosencreutz). En toen meldde Bach zich nog. Het leidende idee van degenen die zich ermee bezighielden was : als de goddelijke Schepping, met name de regelmaat van de bewegingen van aarde en maan, van planeten en sterren volmaakt is, en berekend ("Gij hebt alles geschapen naar maat, getal en gewicht"), moeten aardse creaties een afspiegeling daarvan trachten te zijn, of het nu gaat om naamgeving, staatsinrichting (Plato), stadsinrichting (het oude Rome had 365 trappen), architectuur, dichtwerk of muzikale composities, waarmee we bijna weer bij Plooy aangeland zijn.

Eerst nog dit. Het devies - op het Great Seal - van de U.S. luidt e pluribus unum.

E pluribus = 5+112, unum = 65. Som 70 + 112 = 182.
Uit hoeveel letters bestaat e pluribus unum? 1+8+4=13.
Hoeveel letters heeft unum e en hoeveel letters heeft pluribus? 5+8.
Hoeveel letters heeft Jesus en hoeveel letters heeft Christus? 5+8.
Welke is de verhouding tussen de letterwaarden van Jesus en Christus? 70:112 = 5:8.

Negen zou "het getal van de volmaakte onschuld" zijn. Zelfs als dat voor Bach zou gelden (9 heeft dozijnen 'betekenissen'), aan het jasje dat ik op dit moment aan heb zitten 9 knopen en Amsterdam telt 9 letters, so what? Het jongenskoor zingt O Lamm Gottes unschuldig, waarom heeft Bach die woorden dan niet op 9 maar op 7 noten gezet? Zat Bach te slapen? Welnee, hij werkte als een van de laatsten in een drievoudige traditie (Assyrisch-Joods, Hellenistisch, vroeg en laat Christelijk) wel degelijk met getallen, evenals andere vroegere componisten en vooral dichters. Maar men ging niet te werk op de kinderlijke manier van Plooy.
Behalve de 'heilige getallen' van Plooy zijn er constructiegetallen ofwel afmetingen en proporties in bouwplannen, tijdgetallen (12, 52, 365), arithmetisch belangrijke getallen (360, kwadraten, ‘bevriende getallen’), signaturen en motto’s. Groepen van 2, 3, 4, 5, 6, 7 … noten en maten komen tienduizenden keren voor in Bachs werk. Als je wilt geloven dat Bach daar tienduizenden keren een symbolistische heilige bedoeling mee had, mag dat, je doet er niemand kwaad mee zolang je geen rare artikelen gaat schrijven, je ontzegt jezelf alleen een realistischer kijk op de zaak. "No symbols where none intended" (Samuel Beckett in Watt, addenda) is letterlijk opgevat net te kort door de bocht. Een werk (Gaudì's Sagrada Familia in Barcelona) of een persoon (Hannie Schaft) kan door anderen tot symbool gemaakt worden, maar ‘er is geen sprake van symboliek in een kunstwerk tenzij die als zodanig door de maker bedoeld is’ geeft Beckett's bedoeling correct weer.

Ik besluit met de opmerking van de redactie van het blad: "Zeer bekend in dit verband is koraal 48 in de MP". De eerste maat van dit koraal is de 1685e klinkende maat van de MP, en 1685 kan (niet moet) opgevat worden als Bachs geboortejaar ("Bin ich"). Deze constatering is niet "zeer bekend", integendeel, ze is zonder bronvermelding uit het nog niet gepubliceerde deel van mijn onderzoek gelicht. Ik heb er in een lezing weleens op gewezen. Er hoort bij, dat ditzelfde koraal eindigt met maat 1700, duidbaar als het geboortejaar van C. F. Henrici (Picander), de tekstschrijver van de MP ("ïn mir befinde"). Het voorkomen van de geboortejaren van de beide auteurs van de MP binnen één stuk (koraal 48), op de prominente plaatsen begin en eind gezet, verbonden met de woorden ich bin resp. in mir befinde, bij de aanvang van de nieuwe dag (des andern Tages), verminderen door wederzijdse versterking de kans op toeval, en geven aanleiding nader te onderzoeken of deze constructie opzettelijk aangebracht (geïntendeerd) zou kunnen zijn, mede om redenen waarvan de uiteenzetting hier te ver zou voeren. Met het toch al tot op de draad afgesleten begrip 'symboliek' heeft zo'n werkwijze niets van doen, wel met signering. Voorbeeld : het openingskoor van de MP begint met 41 gerepeteerde noten E in de orkestbas, J.S.BACH is volgens het latijns alfabet (i = j, u = v) 9+18+2+1+3+8 = 41. Mogelijk koos Bach de E van Elogium, Epicedium, grafrede, graf-, lofzang, wat de MP inderdaad is. Een 'heilig getal' is 41 natuurlijk niet, het is een naamgetal.


Thijs Kramer